Onrechtmatige hinder

Boek 5 Artikel 37  van het Burgerlijk Wetboek gaat over onrechtmatige hinder. Wat wordt hier nu eigenlijk onder verstaan?

Wat is onrechtmatige hinder?

Hinder komt in allerlei verschijningsvormen voor. Wanneer wordt er gesproken over onrechtmatige hinder? Onrechtmatige hinder ziet men het meest voorkomen in het burenrecht. U kunt dan bijvoorbeeld denken aan: bomen van de buren die het licht wegnemen, het plaatsen van een  schutting door één van de buren, stankoverlast door bijvoorbeeld dieren die gehouden worden of geluidsoverlast.

Zelfs als percelen niet aan elkaar grenzen, is het mogelijk, dat er sprake is van onrechtmatige hinder. U kunt bijvoorbeeld geluidsoverlast ervaren van een verderop gelegen discotheek. Het is ook mogelijk, dat u stankoverlast heeft van de uitstoot van gassen door een bedrijf. Niet alleen de  eigenaar van een perceel heeft de mogelijkheid om te klagen over de (mogelijk) onrechtmatige hinder. Bent u huurder van een perceel en u ondervindt hinder van de buren, dan kunt u ook een vordering uit onrechtmatige hinder instellen.
Neem gratis en vrijblijvend contact op

Onrechtmatige hinder in het Burgerlijk wetboek

Artikel 37 van Boek 5 BW gaat over onrechtmatige hinder. Op dit artikel wordt vaak een beroep gedaan als er sprake is van (mogelijk) onrechtmatige hinder.

Het is sterk afhankelijk van de precieze situatie of er daadwerkelijk sprake is van onrechtmatige hinder. Er zal vooraleerst gekeken worden naar:

  • de aard van de hinder
  • de ernst van de hinder
  • de duur van de hinder
  • de daardoor veroorzaakte schade
  • de verdere (specifieke) omstandigheden van het geval

Bij de omstandigheden van het geval kijkt men onder andere naar de plaats van de hinder. Een inwoner van een stad, heeft bijvoorbeeld met meer hinder te maken en dient hiermee rekening te houden, dan iemand die op het platteland woont. Er is daarom in de stad vaak minder snel sprake van onrechtmatige hinder. De rechter zal verder kijken naar wanneer de hinder is begonnen en wanneer de klager zich heeft gevestigd op het perceel waar de hinder wordt ervaren. Is de hinder (pas) na de vestiging van de klager begonnen, dan is er sneller sprake van onrechtmatige hinder dan dat de hinder er al veel langer was, want dan had de klager dit kunnen weten.

Ook de noodzaak van de handeling  die de hinder toebrengt, speelt een rol bij de beoordeling van onrechtmatige hinder. Als een bepaalde voor u hinderlijke activiteit noodzakelijk is, dan is er niet snel sprake van onrechtmatige hinder. Bij een melkfabriek komen dagelijks vrachtwagens met melk aanrijden. Ondervindt u hinder van het geluid van de vrachtwagens en u wilt een beroep doen op onrechtmatige hinder, dan is dit vaak kansloos, want de vrachtwagens moeten nu eenmaal lossen bij de melkfabriek.

Er is ook jurisprudentie over de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder. Hier moet ook rekening mee gehouden worden. U hebt bijvoorbeeld een klacht over zonlicht wat u ontnomen wordt. In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland, 17 april 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0027, wordt gesteld dat: Er bestaat geen recht op onbeperkte toetreding van zonlicht. Bomen dienen namelijk ook het algemeen belang, hetgeen wordt onderstreept door het vereiste van een kapvergunning. Het ontnemen van zonlicht, is daarmee niet altijd onrechtmatige hinder.

Het is dus belangrijk om u te informeren door een juridisch adviseur of advocaat mocht u last hebben van (mogelijk) onrechtmatige hinder.

Neem gratis contact op

Maandag t/m vrijdag van 9:00 uur tot 20:00 uur.
Zaterdag van 10:00 uur tot 16:00 uur.
06-43 54 35 17
stuur een e-mail