Aansprakelijkheid voor kinderen

Kinderen beneden 14 jaar

Op grond van artikel 6:169 BW is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent aansprakelijk voor schade veroorzaakt door kinderen die de leeftijd van 14 jaar nog niet hebben bereikt. De wet schrijft voor dat het moet gaan om een als een te doen te beschouwen gedraging. Bovendien moet de onrechtmatige daad het kind kunnen worden toegerekend als zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan.

Indien artikel 6:169 BW en 6:164 BW niet in onze wetgeving zouden zijn opgenomen, dan zou in vrijwel alle gevallen niemand voor de schade kunnen worden aangesproken vanwege het ontbreken van schuld. Daarom is deze risico-aansprakelijkheid van ouders voor hun kinderen in de wet opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat plotseling de weg op rent achter zijn voetbal aan en op deze wijze een verkeersongeval veroorzaakt of een kind dat een touw over de weg spant met als gevolg een fietser die ten val komt en schade heeft aan kleren en fiets en letsel oploopt. Het zijn zomaar willekeurige voorbeelden van schade veroorzaakt door kinderen. Ondanks het feit dat de ouders hier misschien gevoelsmatig niks aan kunnen doen, zijn de ouders toch aansprakelijk. Dit is nu juist kenmerkend voor kwalitatieve aansprakelijkheid in tegenstelling tot schuld aansprakelijkheid, waar juist wel van belang is of de veroorzaker een verwijt kan worden gemaakt.

Zoals hierboven al aan de orde kwam moet er sprake zijn van een als een te doen te beschouwen gedraging. Dientengevolge zijn ouders niet aansprakelijk op grond van artikel 6:169 BW voor een als een nalaten te beschouwen gedraging van hun kind. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kinderen beneden de 14 jaar die zien dat er spijkers op de weg liggen maar verzuimen dit weg te halen. Het niet weghalen van de spijkers kan worden beschouwd als een nalaten, dus ouders kunnen hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Dit zou anders geweest zijn als de kinderen de spijkers zelf op de weg hadden gelegd. Dan was er namelijk sprake geweest van een als een te doen te beschouwen gedraging.

Kinderen van 14 en 15 jaar

Op grond van artikel 6:169 BW lid 2 is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent aansprakelijk voor schade aan een derde toegebracht door een fout van een kind dat de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt maar nog niet die van 16, tenzij het de ouders niet kan worden verweten dat zij de gedraging niet hebben belet. Ouders zijn dus niet altijd aansprakelijk voor kinderen van 14 of 15 jaar maar hebben dus een ontsnappingsclausule als hun niks valt te verwijten. Het kind van 14 of 15 moet dus een fout hebben begaan en dat houdt in dat er sprake moet zijn van een onrechtmatige daad die het kind kan worden toegerekend.

Voor beantwoording van de vraag of de ouders of voogd van een kind van 14 of 15 iets valt te verwijten moet o.a. worden gelet op de aard en leeftijd van het kind, de eisen van het dagelijks leven en de levensomstandigheden van de ouders. Ouders of voogden zijn lang niet altijd in de gelegenheid te beletten dat kinderen van deze leeftijdscategorie bepaalde onrechtmatige gedragingen begaan. Kinderen van 14 of 15 jaar moeten ook in zeker zin kunnen worden vrijgelaten dus van ouders kan niet worden verwacht kinderen de hele dag in de gaten te houden.